In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder meer verstaan onder:
verhuurder
verhuurder niet zijnde een toegelaten instelling of een dochtermaatschappij daarvan.
verhuurbemiddelaar
natuurlijke of rechtspersoon die als lasthebber namens de verhuurder handelingen verricht om een huurovereenkomst tot stand te brengen.
woonruimte
besloten ruimte die, al dan niet samen met andere ruimten, bestemd of geschikt is voor bewoning, alsmede een kavel bestemd voor het plaatsen van een woonwagen met aansluitbare voorzieningen.
verblijfsruimte
gebouw of deel van een gebouw dat bestemd is of gebruikt wordt voor de huisvesting van arbeidsmigranten.
woondiscriminatie
bij het aanbieden of verhuren handelen in strijd met de gelijkebehandelingswetgeving.
arbeidsmigrant
onderdaan van een andere EU-lidstaat die zijn hoofdverblijf niet in Nederland heeft en hier tijdelijke werkzaamheden verricht.
Toelichting
Woningcorporaties vallen niet onder het begrip verhuurder in deze wet; voor hen gelden vergelijkbare regels via de Woningwet. Verhuurt u particulier of professioneel, dan is vooral hoofdstuk 2 van belang.
Hoofdstuk 2 · Regels inzake het bevorderen van goed verhuurderschap
1. Een verhuurder of verhuurbemiddelaar van een woon- of verblijfsruimte handelt in overeenstemming met de regels van goed verhuurderschap.
2. Onder goed verhuurderschap wordt verstaan:
a.het zich onthouden van iedere vorm van ongerechtvaardigd onderscheid, in ieder geval door een heldere en transparante selectieprocedure te hanteren, objectieve selectiecriteria te gebruiken en te communiceren bij het openbaar aanbieden, en de keuze voor de gekozen huurder te motiveren aan de afgewezen kandidaten;
b.het zich onthouden van iedere vorm van intimidatie;
c.het zich onthouden van het in rekening brengen van een waarborgsom die hoger is dan tweemaal de kale huurprijs, overeenkomstig artikel 261b, tweede lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;
d.het schriftelijk vastleggen van de huurovereenkomst;
e.het schriftelijk informeren van de huurder over: de rechten en plichten ten aanzien van het gehuurde voor zover niet in de huurovereenkomst opgenomen; bij een waarborgsom de hoogte en de wijze en termijnen van vaststelling bij beeindiging; de contactgegevens van een contactpunt; de contactgegevens van het meldpunt van de gemeente; bij servicekosten de betalingsverplichting met jaarlijks een volledige kostenspecificatie; en de kwaliteitswaardering van de woonruimte met de bijbehorende maximale huurprijsgrens;
f.het zich onthouden van het in rekening brengen van servicekosten anders dan in overeenstemming met de artikelen 259 en 261 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek.
3. Bij verhuur van verblijfsruimte aan arbeidsmigranten wordt de huurovereenkomst afzonderlijk van de arbeidsovereenkomst vastgelegd en wordt de informatie verstrekt in een taal die de arbeidsmigrant begrijpt.
4. De verhuurbemiddelaar handelt tevens in overeenstemming met artikel 417, vierde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek: geen dubbele bemiddelingskosten.
5. Zegt de verhuurder op wegens dringend eigen gebruik, dan meldt hij dat bij het meldpunt van de gemeente.
Toelichting
Op dit artikel handhaaft de gemeente. In de praktijk: een schriftelijk contract, een informatiedocument met de onderdelen uit het tweede lid onder e, een borg van maximaal twee maanden kale huur en een jaarlijkse afrekening van de servicekosten.
1. Het is verboden zelfstandige woonruimte te verhuren tegen een huurprijs die hoger is dan de maximale huurprijsgrens op grond van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte.
2. Dit verbod geldt niet wanneer die maximale huurprijsgrens boven de liberalisatiegrens uit die wet ligt.
3-4. Vergelijkbare verboden gelden voor onzelfstandige woonruimte en voor huurverhoging boven het vastgestelde maximumpercentage.
Toelichting
De maximale huurprijs volgt uit het woningwaarderingsstelsel. Reken het puntentotaal na voordat u een huurprijs afspreekt of verhoogt.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de wijze waarop aan de regels van goed verhuurderschap wordt voldaan, waaronder de vorm en inhoud van de informatie aan de huurder.
1. Het college van burgemeester en wethouders richt een meldpunt in waar kosteloos en desgewenst anoniem meldingen kunnen worden gedaan over ongewenst verhuurgedrag.
2. Het college maakt het meldpunt algemeen bekend en publiceert jaarlijks geanonimiseerd het aantal en de aard van de meldingen.
Toelichting
De contactgegevens van dit meldpunt horen in het informatiedocument aan uw huurder te staan.
De gemeenteraad kan bij verordening gebieden aanwijzen waar voor het verhuren van woonruimte een vergunning nodig is, en kan een vergunningplicht invoeren voor verblijfsruimte voor arbeidsmigranten.
Aan de vergunning kunnen voorwaarden worden verbonden over onderhoud, verhuurgedrag en het maximale aantal bewoners.
De vergunning kan worden geweigerd of ingetrokken, onder meer na eerdere overtredingen.
Toelichting
Of dit voor u geldt, hangt af van uw gemeente. Controleer de verhuurverordening van de gemeente waarin uw woning staat.
Als lichtere maatregelen niet werken, kan het college besluiten de woon- of verblijfsruimte in beheer te nemen. De gemeente treedt dan tijdelijk op als beheerder, inclusief het innen van de huur, en kan de kosten op de eigenaar verhalen. Het besluit is in duur beperkt en de eigenaar kan om beeindiging verzoeken.
Hoofdstuk 6 · Handhaving en toezicht (artikelen 17 tot en met 20)
Het college is belast met toezicht en handhaving en kan een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete opleggen.
De boete bedraagt ten hoogste het bedrag van de vierde categorie van artikel 23 van het Wetboek van Strafrecht; bij herhaling binnen vier jaar ten hoogste dat van de vijfde categorie.
Het college kan besluiten tot openbaarmaking van een opgelegde boete of een besluit tot inbeheername.
Toelichting
In de praktijk gaat het om maximaal 22.500 euro per overtreding en bij herhaling maximaal 90.000 euro. Gemeenten leggen hun eigen boetebeleid vast, dus de bedragen verschillen per gemeente.
De wet is op 1 juli 2023 in werking getreden. Voor huurovereenkomsten die op dat moment al bestonden, gold dat de verplichte informatie uiterlijk een jaar later, op 1 juli 2024, alsnog aan de huurder verstrekt moest zijn. Verder wijzigt de wet onder meer het Burgerlijk Wetboek en de Woningwet, en wordt de wet periodiek geevalueerd.